Saskia en het misverstand

Vrij Nederland | Door Rudie Kagie
zaterdag 28 februari 2009

 

Toen Saskia van Essen (nu negenenveertig) acht jaar geleden iets moois kreeg met Bob de Ruiter (nu eenenvijftig) waarschuwde ze bij voorbaat dat haar grillige karakter hem voor onaangename verrassingen zou kunnen plaatsen. Ze flapte het er zomaar uit toen ze verliefd hand in hand over de hei wandelden. Het begon met een romantische observatie van het landschap: ‘De tijd heeft geen vat gekregen op dit gebied. In de Middeleeuwen zag het er hier vast ook al zo uit.’ Op zijn vraag of ze graag in het riddertijdperk had willen leven, volgde een beklemmende bekentenis: ‘Nee, absoluut niet. In die tijd werden mensen zoals ik opgesloten in een kelder.

Levend begraven. In de Middeleeuwen wist men geen raad met mensen zoals ik.’ Saskia was, zei ze, behept met een bipolaire stoornis; ze was manisch-depressief. Bob wist niet direct wat hij zich bij die kwaal moest voorstellen, maar inmiddels geldt hij als een ervaringsdeskundige op dit gebied. De speechschrijver voor de KPN-directie vergaarde voldoende kennis om onder de titel M’n vrouw kwijt een huiveringwekkend relaas te schrijven over de wereld van de geestelijke gezondheidszorg die hij van binnenuit leerde kennen. Eerder publiceerde hij een boek over internationale betrekkingen, maar voor zijn romandebuut kon hij dicht bij huis blijven. Eigenlijk volstond het om alleen wat namen te veranderen; het autobiografische verhaal schreef zichzelf.
Lees verder...

Toen ze nog verkering hadden, werd het prille geluk al overschaduwd door een aanvaring met de stichting Zijnsoriëntatie, een therapeutisch concept dat ‘de bewustzijnstraining van rusten in het zijn verbindt met dieptepsychologische begeleiding’. De verwachting dat ze via wekelijkse sessies van haar depressies verlost kon worden, berustte op drijfzand. En dat was het ergste niet. Wél dat de therapeute het gebruik van lithium ernstig ontraadde, met als gevolg dat Saskia al snel apathisch naar het plafond lag te staren. De ijlings gealarmeerde huisarts reageerde woedend: ‘Wat heb je nu gedaan? Ben je zomaar gestopt met lithium? Dan moet je er meteen weer mee beginnen! Meteen! Hoor je me?’ De therapeute verdedigde zich achteraf door erop te wijzen dat ze weliswaar had geadviseerd om met het medicijn te stoppen, maar dat het de vrije keus van Saskia was geweest om dat ook daadwerkelijk te doen. ‘Ik ben geestesziek,’ sputterde Saskia. ‘Ik zou willen dat daar rekening mee wordt gehouden.’

Podiumdier

Pas op haar dertigste diagnosticeerde een psychiater een bipolaire stoornis, maar zelf vermoedde ze al veel langer dat er iets chronisch scheef zat. Haar beste vriendin was in 1992 manisch depressief uit het leven gestapt. ‘Ik vond dat ik erg op haar leek, maar toch praatte mijn huisarts me uit mijn hoofd dat ik depressief zou zijn. Volgens hem was ik door jeugdervaringen alleen wat angstig geworden. Toen ik negen was, gingen we in Rijssen wonen en werden we lid van de Gereformeerde Gemeente. Opeens moest ik met een hoedje op en een lange rok aan naar de kerk. Geen leuke jeugd. Op school noemden ze me slome, ik reageerde heel traag; later afgewisseld met vrolijke buien. Ik ging spijbelen, deed midden in de klas yoga-oefeningen, werd opstandig totdat ik weer als een uitgebluste zombie in de klas zat. Ik maakte de middelbare school niet af, en ging de muziek in.’

Swingmaster Stéphane Grapelli, die ooit stelde dat zijn vioolstrijkages ongeschikt waren om in combinatie met het vrouwelijke vocaal te worden uitgevoerd, liet zijn bedenkingen prompt varen nadat hij Saskia van Essen had horen zingen. In 1991 nam de bejaarde musicus een cd op met de zangeres uit Ede en de jazzformatie Capelino. Achttien jaar later is het nauwelijks mogelijk om het schijfje onbevangen te beluisteren voor wie weet hoe het de vertolkster van Don’t Worry About Me sindsdien verging. De jongens van de band hadden graag met haar verder gewild, maar haar sombere kant stond het nakomen van de verplichtingen nogal eens in de weg. De meer euforische gemoedsstemmingen kwamen vooral tot hun recht bij bluesband Wild Child, waar ze als zwetend, smekend en kreunend podiumdier betekenis aan de naam van de attractie gaf. Maar ja, dan kon het na afloop van zo’n optreden gebeuren dat ze nagelbijtend in de kleedkamer zat te snikken, vol berouw omdat ze zo aanstellerig uit haar bol was gegaan. De aaneenschakeling van pieken en dalen werd het verhaal van haar leven. Steeds begon ze aan een nieuw avontuur, maar steeds moest ze dat voortijdig afbreken. Was ze al haar energie en bravoure weer kwijt.

Intussen stapelde ze de ene therapie op de andere. ‘Mijn eerste huwelijk was met een man die het wel prettig vond als ik depressief op de bank lag. Als ik opgewekt en spontaan was, zei hij dat mensen mij niet mochten omdat ik me altijd zo aanstelde. Later ontmoette ik de man die de vader van mijn zoon zou worden, maar ook die relatie verliep problematisch. Hij snapte er niks van, ik snapte er niks van, dus dat ging helemaal mis. Onbegrijpelijk dat het jarenlang duurde voordat werd vastgesteld wat mij mankeerde, terwijl het er bij mij nogal dik bovenop ligt. Manische depressiviteit is genetisch bepaald, in mijn geval door familie aan mijn vaders kant. Mijn vader zelf was ook depressief. Tantes van mij zijn langdurig opgenomen geweest, al werd er nooit over gesproken, hooguit gefluisterd. Dat maakte mij extra angstig.’

Laveloos

Toen ze elkaar leerden kennen, hadden Bob de Ruiter en Saskia van Essen als alleengaande ouders beiden een puberzoon op te voeden. Logisch dat aan de beslissing om te gaan samenwonen de nodige aarzeling voorafging. Dat de jongens ondanks één jaar leeftijdsverschil allerminst bevriend raakten, maakte de sfeer in huize De Ruiter er niet echt gezelliger op. Nadat de kostwinner naar zijn werk in Den Haag was gependeld en de jongens op school zaten, straalde in de stille doorzonwoning de fles een allengs verwoestender verleidingskracht uit.

De afspraak om overdag geen druppel alcohol te drinken, bleek keer op keer te hoog gegrepen. Op een roestige herfstmiddag in 2005 werd Saskia laveloos naast een lege fles martini op de hei aangetroffen. Een ambulance vervoerde haar met blauwe zwaailichten naar het politiebureau, waar ze een paar uur vastzat wegens openbare dronkenschap. Het incident was een pijnlijk illustratie van de ernst van het probleem. Voor het eerst van haar leven werd ze ter behandeling doorverwezen naar een psychiatrisch centrum, in het boek De Veluwe genoemd, maar in werkelijkheid De Gelderse Roos geheten, ‘een veilige, vriendelijke omgeving, met allemaal aardige artsen en verplegers’, volgens de auteur. Zijn vrouw verbleef er tot de kerstweek van 2005, maar capituleerde tijdens de dagen, weken en maanden die zij in het instituut doorbracht regelmatig voor de verlokking van Koning Alcohol. In een gesprek met het echtpaar wond de psycholoog en behandelaar zich daar hevig over op.

Het boek: ‘Gaandeweg het gesprek werd hij steeds bozer. “Marianne werkt niet mee,” riep hij. En ze was al een paar keer in de fout gegaan. Had ze toch gedronken terwijl was afgesproken dat ze dat niet meer zou doen. Ze had al een gele kaart gekregen en eigenlijk moest hij nu de rode kaart trekken. Maar hij wilde haar nog één laatste kans geven. Dan moest ze die nú benutten. Dan moest ze nú duidelijk maken dat ze ging meewerken en geloofwaardig maken dat ze geen druppel meer zou drinken.’ Met die boodschap werd het echtpaar naar huis gestuurd. Saskia kreeg de opdracht om in een brief uiteen te zetten waarom het voor De Gelderse Roos zin had de behandeling voort te zetten. Haar man reageerde panisch: ‘Snap nou toch wat aan de hand is! Je bent alles aan het verknallen. Je leven, onze relatie, onze toekomst, alles gaat zo naar de knoppen.’ Toen hij later op de avond terugkeerde van een bezoek aan de sauna, waar hij zijn toevlucht had genomen, vond hij Saskia diagonaal en uitermate roerloos op bed. Haar mond hing open, over haar gezicht lag een geleiachtige groene drab die achteraf, bij nadere inspectie, afkomstig bleek uit twee flessen Pisang Ambon. De ambulance met blauwe zwaailichten voerde haar dit keer af naar de intensive care-afdeling van ziekenhuis Rijnstate.

'Ik heb haar daar bijna levenloos gezien, het was kantje boord,' herinnert Bob de Ruiter zich. ‘Daarna heb ik zoiets nog een paar keer meegemaakt. Het heeft me bewuster in het leven doen staan. Ik weet nu hoe het voelt als je geliefde is overleden. Ze was er wel, maar ik kon haar niet meer bereiken.'

Verliefd

Een variant op die ervaring diende zich aan nadat Saskia na het ziekenhuis ter behandeling werd opgenomen in De Grift, een Arnhemse verslavingskliniek. Daar brachten uitputtende therapeutische groepssessies haar tot het inzicht dat haar echtgenoot de oorzaak van de depressies was. Bovendien was ze verliefd op een lotgenoot met wie ze geweldig over haar gevoelens kon praten. Ze besloot om zich te laten scheiden van Bob. De kliniek liet hem weten dat hij niet langer de ‘contactpersoon’ tussen zijn vrouw en de buitenwereld was. Er zou een oorzakelijk verband tussen haar problemen en de relatie zijn ontdekt, vandaar. Opbellen was ook niet meer toegestaan, nadat hij er ontredderd had uitgeflapt dat het kennelijk de bedoeling was dat de cliënten liefdesnestjes bouwden terwijl De Grift de catering verzorgde.

De terugblik gaat vergezeld van een verbitterde zucht: ‘Niet dat ik er melodramatisch over wil doen, maar in die periode heb ik ondervonden wat eenzaamheid is. Ik kon geen kant uit. Saskia was weg, ik mocht geen contact opnemen met de kliniek. Vrienden en kennissen aan wie ik de situatie probeerde uit te leggen, reageerden in de trant van: dat zijn professionals in die kliniek, ze weten echt wel wat ze doen en wees eens eerlijk, jij bent ook de makkelijkste niet. Ik voelde me als een dwaas die als enige ter wereld écht weet hoe het zit.’

Saskia verbleef met één andere vrouw in een groep met vijftien mannen; de testosteron gierde door de activiteitenruimte. Ze vond het er verschrikkelijk. ‘Iedereen kampte met alcohol- of heroïneproblemen, maar er zaten verder geen manisch-depressieve types tussen. Tijdens de groepstherapie kwamen bij mij allemaal gevoelens naar boven, waaronder woede naar Bob. Hij wilde altijd voor me zorgen, ik vond hem soms bemoeizuchtig en daar kon ik helemaal niet tegen. Ik gaf hem overal de schuld van. Volkomen onterecht natuurlijk, maar ze namen dat heel serieus. Ik voelde me niet normaal mezelf, maar een meisje van veertien. Zo reageerde ik ook. Eigenlijk zaten we als een stel pubers bij elkaar. De stoerste jongen van de groep werd verliefd op mij en ik werd verliefd op hem. Hij had een crimineel verleden, maar was tot inkeer gekomen. Hij wilde daar voorlichting over gaan geven op scholen. Dat sprak me aan. Maar toen we een sigaretje zaten te roken, liet hij zich ontvallen dat hij wel een manier wist om de knieschijven van Bob te verbrijzelen. Dan zouden we geen last meer van hem hebben.’

‘Ja, gruwelijk om zoiets te horen,’ grinnikt Bob. ‘Nooit eerder was ik zó blij met een verschrikkelijke opmerking. Saskia schrok zich rot en het was op slag over met de verliefdheid. Dat maakte de weg vrij om geleidelijk weer tot elkaar te komen.’

Rampzalig

Het was maar goed dat na zes maanden verblijf in De Grift de vraag aan de orde kwam hoe lang de behandeling nog zou duren. Tijdens de evaluatie bleek dat het gedrag van Saskia van Essen niet strookte met de regels van het huis. Ze had ’s morgens vaak moeite om uit bed te komen, onttrok zich aan de groep en had de neiging om zich af te zonderen in haar kamer. Dat ging zo niet langer. ‘Je zult echt hard aan jezelf moeten gaan werken als je hier wilt blijven,’ hield de maatschappelijk werker van de kliniek haar voor. ‘Als je een beetje depressief voor je uit wilt zitten staren, ben je hier niet aan het goede adres.’

Maar was haar probleem niet juist een aangeboren bipolaire stoornis? Jawel, maar De Grift bleek niet het aangewezen instituut voor het behandelen van manisch-depressieven. Het is een verslavingskliniek, waar overigens zo’n negentig procent van de bewoners na afloop van de behandeling weer de fout in gaat, volgens de maatschappelijk werker. Met terugwerkende kracht bleek het doorverwijzen van Saskia naar De Grift op een ‘misverstand’ te berusten. Haar drankzucht was immers geen oorzaak, maar een gevolg van een psychisch ongemak. Ze mocht meteen naar huis.

Bij de doorstart die ze, terug bij haar man en de jongens, hoopte te maken, hoorde een nieuw medicijn en een nieuwe psych. Ze wilde stoppen met het antidepressivum Seroxat, dat een afstompend effect op haar emoties had. Een vrouwelijke zenuwarts uit Haarlem snapte het probleem direct, maar gelukkig wist ze een wondermiddel dat het zonnige humeur zonder schadelijke bijwerking op peil houdt. De informatieve bijsluiter temperde de vreugde waarmee Saskia aan de Zyban dacht te gaan. ‘Ik las daar dat het gebruik bij manische depressiviteit te ontraden valt. Meteen stuurde ik een mailtje aan de psychiater. Ze mailde terug dat het in orde was en dat ik het gewoon kon slikken.’

Het medicijn pakte rampzalig uit. De gewoonlijk nogal stille Saskia veranderde in een onstuitbare kletskous. Ze ratelde aan één stuk door over niets, barstte los in driftbuien, werd achterdochtig. ‘Voor de derde keer was ik mijn vrouw kwijt,’ zegt Bob de Ruiter. ‘Het bleek dat Zyban wordt gebruikt als hulpmiddel bij stoppen met roken, maar voor manisch-depressieven kan het levensgevaarlijk zijn. Even googlen en je ziet de meest alarmerende berichten voorbij komen.’
Enfin, Saskia is terug aan de Seroxat (en de lithium, Refusal en Risperdal). Ze drinkt geen druppel alcohol meer. ‘Maar wie ben ik nu eigenlijk écht? Dat vraag ik me wel eens af. Gelukkig weet jij wel wie ik ben, Bob,’ zegt ze.

Hij: ‘Ja, er is altijd één Saskia die terugkeert.’

Bob de Ruiter, ‘M’n vrouw kwijt’, uitgeverij Mets en Schilt, € 18,–. Oud-minister van Volksgezondheid Els Borst neemt vrijdag het eerste exemplaar in ontvangst.


[top]

Omdat ze altijd terug zal komen

NRC Next | Door Gretha Pama
vrijdag 6 maart 2009

 

Download het artikel (PDF)

[top]

Ervaringsdeskundig

AD | Door Bram Bakker
zaterdag 11 april 2009

 

Er is in de psychiatrie momenteel veel belangstelling voor ervaringsdeskundigheid. In de behandeling en begeleiding van mensen met een psychiatrische stoornis betekent het inzetten van ervaringsdeskundigen, mensen die zelf ook aan een vergelijkbare ziekte lijden of geleden hebben, een belangrijk toevoeging: het is toch anders om advies te krijgen van iemand die uit ervaring spreekt dan van een hoogopgeleide professional die vooral theoretische kennis heeft… Enige tijd geleden stond in deze krant een interessant interview met Wilma Boevink, een vrouw die ooit nauwelijks nog aan het leven deelnam door haar psychosen, maar die nu als wetenschappelijk medewerker van het Trimbos Instituut een zogenaamd HEE-programma in de Nederlandse GGZ introduceert: Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid. Zie ook www.trimbos.nl

Er is nog een heel andere manier om gebruik te maken van de ervaringen van patiënten en cliënten, of hoe u ze maar noemen wilt. Dat is hen inzetten bij de opleiding van professionals. Omdat zij een wezenlijk bestanddeel kunnen toevoegen aan de overwegend theoretische kennis die in de opleiding tot psychiater, psycholoog of psychiatrisch verpleegkundige wordt gedoceerd. Dit besef werd bij mij de afgelopen weken versterkt door het lezen van twee romans van ervaringsdeskundigen. In de autobiografische roman ‘Tika’ van Alette van Bentum werd ik dringend gewezen op het verschil tussen het behandelen van de aandoening ‘manisch depressief’ en het terzijde staan van iemand die aan deze ziekte lijdt. De persoon achter de kwaal blijven zien. Ik denk dat iedere professionele hulpverlener dit steeds uit het oog dreigt te verliezen, en dat er door mensen als de schrijfster van dit boek doorlopend op gehamerd moet worden dit niet te vergeten (zie ook www.alettevanbentum.nl).

Een andere aanrader is ‘M’n vrouw kwijt’ van Bob de Ruiter, waarin te lezen is waar je in hulpverleningsland allemaal tegenaan kunt lopen op het moment dat je partner een ernstige psychische stoornis krijgt (zie ook www.mijnvrouwkwijt.nl). De auteur ageert niet tegen de bestaande zorg, maar zet je wel aan het denken over het circuit waar je als professional deel van uitmaakt. En dat kan beslist geen kwaad, want ook hier geldt: je kunt in theorie nog zo veel weten over psychiatrie, er begint een heel ander verhaal op het moment dat je zelf psychische klachten krijgt, of er door een naaste in betrokken raakt. Daar kun je je ook als professional niet op voorbereiden, en het is goed om je dat regelmatig te bedenken door bijvoorbeeld dit soort boeken te lezen.

Bram Bakker
AD 11 april 2009


[top]

 

Opgesloten in het spookhuis Saskia en het misverstand

zaterdag 21 februari 2009 | Volkskrant

 

Pagina 1 en 2
Pagina 3 en 4
Pagina 5


[top]

 

Aangenaam boek over medisch onheil

woensdag 04 februari 2009 | de Gelderlander

 

Bob de Ruiter en zijn vrouw Saskia van Essen. Foto: Cord OttingEDE - Af en toe komt er in 'M’n vrouw kwijt' een passage voorbij die in werkelijkheid niet zo gegaan is. Dat is de bekende dichterlijke vrijheid, zegt Bob de Ruiter. Of, beter gezegd, een handigheidje van de Edese schrijver om het levensverhaal van zijn vrouw Saskia duidelijker voor het voetlicht te brengen.

"Het is tenslotte geen medisch dossier. Het is een roman, maar wel een verhaal dat vooral feitelijk is. Maar soms moet je het even aangenaam maken voor de lezer", zegt de 51-jarige auteur, die het eerste exemplaar op 27 februari mag overhandigen aan oud-minister Els Borst.

Schrijven is aan Bob de Ruiter wel toevertrouwd. Zijn werkzaam leven vult hij met het maken van speeches voor KPN-topbaas Ad Scheepsbouwer. Kennis van de medische wereld heeft hij van huis uit niet, maar die is de laatste jaren flink bijgespijkerd.

De hoofdpersoon van het boek is Marianne, in werkelijkheid zijn 49-jarige vrouw Saskia van Essen. Zij heeft last van zeer heftige stemmingswisselingen, wat medici manisch-depressief noemen. Een niet af te remmen drang naar de fles maakt haar problemen groter en gecompliceerder. In 2005 luidt een bezoek aan een psychiater een lange lijdensweg in. Even wordt zelfs gevreesd voor het leven van Saskia. Daarna volgt een dramatisch verblijf in verslavingskliniek De Grift in Arnhem, waar Bob het contact met zijn vrouw verliest. Later volgt een onthutsende confrontatie met een psychiater in Haarlem, die tegen de voorschriften in het anti-depressiemiddel Zyban voorschrijft.

'M'n vrouw kwijt' staat vol met opmerkelijke voorvallen in het medische circuit. "We zijn boos geweest en hebben veel verdriet gehad", vertelt De Ruiter. "Maar ik schrijf het boek niet uit wrok. Het is ook geen klacht. We zijn beunhazerij tegengekomen. Artsen die ergens niet in gespecialiseerd zijn, maar je toch gaan helpen."

Met Saskia komt het aan het eind van het verhaal goed. Ze heeft geleerd het glas te laten staan en weet haar depressies in de hand te houden. Het boek ziet ze als een handreiking naar andere mensen die depressief zijn. "Er rust nog steeds een taboe op geestesziektes. Ik hoef me niet te schamen voor wie ik ben. Hopelijk putten andere mensen daar kracht uit."

M'n vrouw kwijt, door Bob de Ruiter. Vanaf 28 februari in de winkel voor 18 euro. ISBN 978 90 5330 667 3.
[top]

 

Klaas en Bob de Ruiter

vrijdag 27-28 februari 2009 | Casa Luna (nieuwsbrief) | Download (mp3)

 

De vrouw van Bob de Ruiter, speechwriter bij KPN, is manisch-depressief en drinkt vaak te veel. Zij is zijn grote liefde en hij is vastbesloten haar niet op te geven. Het leven is door haar stemmingswisselingen moeilijk en ingewikkeld. Hij schreef er een boek over: M'n vrouw kwijt.
[top]

 

Bipolaire stoornissen

vrijdag 2 maart 2009 | De Praktijk | Download (mp3)

 

Hij had geen idee wat 'manisch depressief' inhield toen hij haar ontmoette. In het boek 'M’n Vrouw Kwijt' doet Bob de Ruiter in romanvorm verslag van de woeste rit in de achtbaan van de GGZ die hij doormaakte voordat hij echt wist waar hij aan toe was: ten eerste waar het zijn vrouw en haar ziekte betreft en ten tweede wie en wat een mens allemaal kan tegenkomen in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg. Een gesprek met Bob de Ruiter en Saskia van Essen.
[top]

 

Carice de Wildt >> Mijn vrouw kwijt

vrijdag 21 februari | Carice de Wildt

 

Ineens werd ik gewezen door deze schrijfster op een splinternieuw boek over de bipolaire stoornis. U weet natuurlijk net zo goed als ik, dat ik nog genoeg leesvoer heb om de komende winters door te komen. Maar een bezoek aan deze site trok mijn aandacht. Bob vertelt het verhaal dat hij meemaakte met zijn vrouw Marianne. Ik mailde de schrijver dat ik dit initiatief zo fantastisch vond. Ik ken mensen in mijn omgeving die graag zo’n boek zouden lezen om hun partner beter te kunnen begrijpen. Bob de Ruiter waardeerde mijn enthousiasme en nieuwsgierigheid en stuurde een drukproef op van het boek. Het eerste exemplaar wordt op 27 februari aangeboden aan Els Borst, voormalig minister van Volksgezondheid. Het boek ligt vanaf zaterdag 28 februari in de boekhandel.

Het boek

Nog ‘even’ lezen voordat ik ga slapen. Ik lig met allemaal losse blaadjes in bed waar Bob de Ruiter zijn verhaal op heeft getypt. Al bij de eerste alinea word ik in het verhaal getrokken. Bob de Ruiter vindt zijn vrouw op hun bed. Diagonaal. Zo asociaal. Later blijkt dat Bob net op tijd is. Tien minuten later en ‘Marianne zou niet in een warm bedje, maar op een rek in een koelkast’ liggen.

Als Marianne wordt opgenomen in een kliniek voor verslavingszorg vindt de therapeute daar dat Marianne wel heel veel medicatie gebruikt. Lithium, antidepressiva, anti-psychotica en nog wat. Wat een feest van herkenning! Als ik Marianne was geweest, gooide ik die meuk ook meteen overboord. Zo geschiedde en Marianne zakt in elkaar.

“Moe dat ze was! Ze kon niet meer uit bed komen.
Met doffe ogen keek ze naar het plafond”.

Marianne wordt op een gegeven moment verliefd. En manisch. Bob wordt te kennen gegeven dat hij haar contactpersoon niet meer is.

Dan begint de zoektocht naar zijn vrouw. Marianne verandert en tussen de regels door voelt de lezer al aan dat die twee steeds verder van elkaar verwijderd raken. De moeite die Bob doet voor zijn zieke vrouw en de strijd die hij dapper aangaat, grijpt de lezer naar de keel.

Dit boek is verplichte kost voor de partners van manisch-depressieve patiënten. Het is niet alleen herkenbaar, maar ook ontroerend en pijnlijk. Het gaat over liefde, verraad en eenzaamheid. Over verkeerd voorgeschreven medicatie met alle gevolgen van dien en alcoholafhankelijkheid*.
Wat het boek van Bob de Ruiter briljant maakt, is zijn scherpe gevoel voor humor en het gevoel dat hij in dit boek heeft gelegd. Af en toe zat ik hardop te grinniken, om bij een volgende passage weer een traantje weg te pinken.

Mijn vrouw kwijt is de beste titel die Bob de Ruiter zijn literaire debuut kon geven. Ik hoop dat zij zich alleen nog maar in elkaar kunnen verliezen en niet meer van elkaar verwijderd raken.

*Ik denk dat er meer mensen zijn met een bipolaire stoornis die teveel drinken. Ik herkende in ieder geval veel in het verhaal van Marianne en Bob. Het is mij inmiddels al twee jaar gelukt om niets meer te drinken. En ik voel me er beter bij. Mijn succesformule: www.alcoholdebaas.nl.
[top]

 

Verloren vrouw

Medisch Contact | Door Maartje Katzenbauer
11 juni 2009


Het literair debuut van Bob de Ruiter, M’n vrouw kwijt, beschrijft de lotgevallen van Marianne: echtgenote van Joost, manisch depressief en alcoholverslaafd. Ze doet een poging tot zelfmoord en wordt opgenomen in een kliniek voor verslavingszorg.

Vanaf dat moment keert Marianne zich tegen haar echtgenoot. De kliniek laat hem weten dat hij niet langer contactpersoon is. Joost besluit alles op alles te zetten en de strijd aan te gaan, maar hij verliest zijn vrouw keer op keer: aan haar stemmingswisselingen en aan de nieuwe behandelingen die ze ondergaat.

Het boek, geschreven vanuit het perspectief van Joost, beschrijft een zwerftocht langs reguliere en alternatieve hulpverleners, en de op winst beluste praktijken van de laatste categorie. Tijdens het verhaal blikt Joost terug op de tijd toen hij Marianne leerde kennen en komt hij tot de conclusie dat hij de bipolaire stoornis waaraan Marianne lijdt, onderschatte.

M’n vrouw kwijt, gebaseerd op een ware geschiedenis, cirkelt rond thema’s als liefde, machteloosheid en de moeite die het kost om beloftes na te komen.


[top]

 

Een stormachtige relatie

Tijdschrift voor Verpleegkundigen
mei 2009

 

Download het artikel (PDF)


[top]