Een Salon

'Een Salon,'' zo heet de bijeenkomst die elk kwartaal georganiseerd wordt door Iriszorg in Arnhem. De meeting staat open staat voor alle hulpverleners in de regio en is geboren uit de behoefte om door te praten over onderwerpen, waar in het reguliere overleg te weinig tijd voor is. De Zomer Salon van 29 juli was geheel gewijd aan M'n vrouw kwijt. Een opmerkelijke en moedige keuze.

De roman speelt zich voor een belangrijk deel af in de Iriskliniek aan de Kronenburgsingel. Maar het boek is zeker geen 'feest der herkenning' voor al diegenen die in en rond de kliniek werken. Het is eerder confronterende ervaring. Voor Don Olthof, lid van de Raad van Bestuur en directeur van de kliniek in Arnhem, was dat juist een reden om het boek op de agenda te zetten. Voor het Intranet van Iriszorg schreef communicatiemedewerkster Marianne Kootstra onderstaand verslag van de bijeenkomst.


Salon 'mijn vrouw kwijt' levert waardevolle inzichten op

Het was een goed te lezen boek, daar was iedereen het over eens tijdens de Salon van 29 juli aan de Kronenburgsingel. Niet zuur of zwaar. Bob de Ruiter schrijft in M'n vrouw kwijt op een toegankelijke manier over zijn aan alcohol verslaafde vrouw Saskia en haar weg door verschillende hulpverleningsinstanties. Door het boek krijgt de lezer een intieme kijk in de manier waarop partners, familie en andere betrokkenen soms tegen de hulpverlening aankijken.

Tijdens de Salon werd hier open over gesproken door Bob de Ruiter en zijn vrouw Saskia, eerste geneeskundige Toon van Oosteren, psychiater Tom Kuipers en de aanwezigen in de zaal, onder leiding van de voorzitter van de Raad van Bestuur Don Olthof. Lees verder...



Herinnering bij het afscheid van Hans van Mierlo

Vooruit kijken

Van 1989 tot 1995 werkte ik als buitenlandmedewerker voor de fractie van D66. Voor zijn grote verhalen over de internationale politiek had Hans van Mierlo mij niet nodig, maar… ik had wel een auto. Hans reed zelf niet en omdat ik ook in Amsterdam woonde, mocht ik hem dikwijls een lift naar huis geven. Ik woonde niet bij hem in de buurt, maar de omweg had ik er graag voor over. Hij trakteerde me de hele weg op mooie filosofietjes, doorwrochte analyse en prachtige anekdotes. Ik was de meest bevoorrechte chauffeur van het land!

Op een dag belde hij me al ’s ochtends op. Hij had een afspraak in Den Haag maar moest ook nog naar een begrafenis. 'Of ik het bezwaarlijk vond...' Natuurlijk vond ik dat niet.

Tijdens de plechtigheid bleef ik in de auto op hem wachten. Na een uur zag ik hem mijn kant op wandelen. Met een diepe zucht ging hij naast me zitten. Hij zei niets en ik deed er ook maar het zwijgen toe.

Mijn oude Golf diesel kon niet meer zo snel en eenmaal op de A4 werden we links en rechts ingehaald. Op een gegeven moment reed links van ons een charmante jongedame met opgestoken haar. Hans boog zich naar voren om haar eens goed te bekijken. Haar auto was echter veel pittiger dan die van ons. Ze gaf een dot gas en weg was ze.

Die luttele seconden hadden hem goed gedaan. Hans ging gemakkelijk zitten, keek weer voor zich uit en zei toen:‘Ik hem zin om te neuken.’

Sindsdien heb ik nog vele begrafenissen meegemaakt maar na elke keer denk ik terug aan die gedenkwaardige woorden. Nee, zin om te vrijen heb ik dan niet, maar ik besef dan wel dat ik weer vooruit moet kijken.

Tijdens de presentatie van mijn boek in februari 2009 was Hans mijn eregast. Dit keer was het mijn zoon die zich met enthousiasme als zijn chauffeur opwierp. Helaas voor hem was de afstand tussen de Herengracht en het ‘Het sieraad’ aan de Postjeweg niet zo groot. Toch moet het weer een erg plezierig ritje zijn geweest. ‘Hij leverde volop commentaar op wat er op straat gebeurde en vertelde mooie anekdotes.’

 

 

‘Welkom in het hol van de leeuw’

‘Een geschenk,’ zo typeert Don Olthof, lid van de Raad van Bestuur van Iriszorg, het boek M’n vrouw kwijt. ‘Ik ben er niet met plezier aan begonnen, maar ik heb het wel met plezier uitgelezen,’ zegt hij tijdens een ontmoeting met de schrijver. Ruud Rutten, voorzitter van de Raad van Bestuur van Tactus Verslavingszorg, vult aan: ‘Het is confronterend maar daarom ook leerzaam.’ De auteur, die zich had voorbereid op een zwaar gesprek, is even uit het veld geslagen. ‘In mijn boek schets ik bepaald geen rooskleurig beeld van het leven binnen de muren van de kliniek. Deze reactie had ik niet verwacht.’
Het verslag van de ontmoeting lezen? Klik dan hier.

 

Kercabellec Revisited

Hugo HeinenMomenten van ontluistering, wanhoop en eenzaamheid; de hoofdpersonen in de roman M'n vrouw kwijt beleven die allemaal. Onbezonnen geluk kennen ze gelukkig ook. Zoals op die dag in de zomer van 2006 waarop zij het dorpje Kercabellec bezoeken, een dorpje aan de kust van Bretagne, vlakbij het beter bekende Mesquer. Bij de oesterkwekerij kopen zij een dozijn van deze schelpdieren en willen die graag ter plekke opeten.

Een fragment uit boek:

'Wilt u ze misschien voor ons openmaken, s'il vous plait?,' vragen we de man die ons helpt. Dat is geen probleem. Letterlijk in een handomdraai heeft hij ze allemaal geopend. Mijn oog valt op de flessen Muscadet op de toonbank. 'Doet u er ook maar zo'n fles bij,' zeg ik.

De man zet de fles voor ons neer. 'Moet ik die soms ook meteen openen?'

'Ja, graag.'

Lachend informeert hij of we glazen bij ons hebben. Hij wacht het antwoord niet af en haalt twee glazen uit een kartonnen verpakking. 'Het is al goed. Breng die straks maar weer terug.'

Even later zitten we op het dijkje, in het zonnetje, met oesters en met wijn. Wat willen we nog meer. De klanten blijven komen en gaan. Zij begroeten ons hartelijk. Sommigen informeren of de oesters goed zijn en lopen dan lachend door. En de muscadet? Ja, hoor, die is ook excellent! We heffen het glas in hun richting.'

Tot zover de belevenissen van mijn alter ego en diens vrouw. Hoe zou het Saskia en mij drie jaar later vergaan? Zou die man ons nog herkennen? Zou hij open staan voor een praatje? Zou ik de kans krijgen om hem een exemplaar van mijn boek aan te bieden? Die vragen zoemen in mijn hoofd als we op zaterdag 29 augustus 2009 het dorpje binnen rijden.

Lees hier het hele artikel.

Het weggetje langs het water dat naar de kwekerij leidt, ligt er nog net zo bij als drie jaar geleden. Niemand heeft de moeite genomen om de kuilen in het asfalt te vullen. Waarom zou men ook? Ik herken de roestige tractor die in de berm staat. Die is sinds de vorige keer niet van zijn plek geweest. Alleen is die nu nog iets roestiger geworden.

In de winkel verdringen de mensen zich achter de toonbank. Een vrouw met kort zwart haar en hoge kaplaarzen loopt heen en weer en probeert iedereen zo snel mogelijk te bedienen. Die man die ik hoopte te zien, is er niet.

We wachten rustig onze beurt af. We gaan niet weg voor we ons dozijn bemachtigd hebben! Plotseling vliegt achter in de zaak een deur open. Een stapel van drie manden met twee benen eronder wankelt de winkel binnen. De manden worden in een hoek gezet. Met een diepe zucht heft een man zich op. Hij heeft scherpe gelaatstrekken, een door de zon zwartgeblakerde huid, een grijze maar stevige haardoos en een baard als die van kapitein Haddock. Ja, dat kan niet missen. Dit moet hem zijn.

'Philip!' roept de vrouw. 'Tu as pris du temps!'. Kennelijk is die vrouw zijn vrouw en had zij hem al veel eerder verwacht. Philip mompelt wat en richt zich tot de klanten. Wie mag ik helpen?

Nu de vrouw versterking heeft gekregen, slinkt de menigte snel. Ik hoop dat het toeval wil dat ik door hem geholpen wordt, maar het is de vrouw die onze bestelling opneemt. Ik neem me voor om straks zonder omhaal van woorden te vertrekken. Dit is niet het geschikte moment om Philip aan te spreken.

Terwijl de vrouw een doosje haalt om onze oesters in te doen, verschijnt Philip voor onze neus.

'Bonjour!' zegt hij opgewekt.

Ik veronderstel dat hij ons wil helpen en zeg hem dat we al geholpen worden.

'Ja, dat weet ik, maar dan mag ik toch nog wel bonjour zeggen?'

Ik maak een verontschuldigend gebaar. 'Maar natuurlijk!,' roep ik uit. 'En wat leuk dat u ons heeft herkend?'

'Zo moeilijk is dat niet,' beweert Philip. 'Jullie zaten toch op dat muurtje met die fles muscadet? Ja hoor, dat herinner ik me nog goed. Hoe gaat het nu met jullie?'

Ik vertel dat het met ons goed gaat en verklap de reden van mijn komst.

Philip reageert verbaasd. 'Een boek? En ik kom er ook in voor. Dites donc!' Hij roept zijn vrouw er bij. Ook de klanten draaien zich nu naar ons toe.

'En daarom zouden we u graag een exemplaar overhandigen van mijn boek,' ga ik maar gauw verder.

Saskia haalt vlug het boek uit haar tas en reikt het hem aan.

Ik verontschuldig me er voor dat het boek in het Nederlands is geschreven. 'En de Franse vertaling laat wellicht nog heel even op zich laat wachten,' voeg ik er lachend aan toe. 'Maar voor u heb ik er een klein stukje in het Frans bij geschreven.'

Philip leest het aandachtig door. Hij krult zijn onderlip en knikt instemmend. Als hij opkijkt, ziet hij de nieuwsgierige blikken om hem heen. 'Akkoord,' zegt hij met een weids armgebaar. 'Ik zal u niet in het ongewisse laten.'

Met een quasi plechtige stem draagt hij het stukje voor. Terwijl hij een wijsvinger omhoog houdt, spreekt hij de laatste zin met nadruk uit. 'Tegen de achtergrond van een idyllische omgeving waar mens en natuur elkaar gevonden hebben, speelt u een uiterst sympathieke rol in dit verhaal.' Vervolgens barst hij samen met de omstanders in lachen uit. 'Wat een vleierij,' roept een klant. 'Moeten we hem soms nog bloemen toewerpen?', informeert een ander.

Nee, de kans om sterallures te ontwikkelen krijgt Philip niet. 'Hup, vooruit. Er is werk aan de winkel!' spoort zijn vrouw hem aan. Voor de onvermijdelijke fotosessie maakt hij nog wel even tijd. Hij poseert trots in de deuropening en slaat een arm om Saskia heen. Daarna keert hij snel terug naar zijn klanten.

En wat rest ons nu dan nog?

Die twaalf oesters!

Die hebben we wederom ter plekke verorberd. En ja, ze smaakten nog net zo goed als toen.




Hugo Heinen schrijft scenario 'M'n vrouw kwijt'.

Hugo HeinenHugo Heinen, scenarioschrijver van 'Stella's Oorlog', 'Pleidooi', 'De zomer van '45' en tientallen anderen producties, heeft de afgelopen maanden gewerkt aan het draaiboek voor 'M'n vrouw kwijt.'

Op zijn website meldt Hugo Heinen:

'Bij het lezen van de drukproeven van de debuutroman "M'n vrouw kwijt" van de debuterende Bob de Ruiter was ik meteen hevig geboeid. Het is het verhaal van twee hoofdpersonen, van een amour fou die wordt dwarsgezeten door onvoorziene (en deels onbegrepen) ontwikkelingen. Het is tegelijk eenvoudig en complex, gaat over grote thema's en blijft toch dicht bij huis... Toen ik het boek in één ruk had uitgelezen ben ik opnieuw begonnen, en heb aantekeningen gemaakt.

Inmiddels ligt het boek in de boekhandel, en is goed besproken. Van De Ruiter en zijn uitgever heb ik toestemming om er een speelfilm van te maken. De opzet is klaar. Twee producenten hebben belangstelling. Maar ik wil pas beslissingen nemen (ook over de regie en de hoofdpersonen) als er een sterke eerste versie van het script ligt.'




Els Borst neemt eerste exemplaar 'M'n vrouw kwijt' in ontvangst

Els Borst neemt eerste exemplaar van 'M'n vrouw kwijt' in ontvangst

Vrijdag 27 februari 2009 Mensen die manisch depressief zijn, hebben het zwaar te verduren en willen daarom niets liever dan helemaal genezen worden van hun kwaal. Om die reden zijn zij soms ook geneigd te luisteren naar hulpverleners die niet gekwalificeerd zijn of zelfs naar regelrechte kwakzalvers. Dat zei Els Borst, voormalig minister van Volksgezondheid, nadat zij het eerste exemplaar van de roman 'M'n vrouw kwijt' in ontvangst had genomen. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst in het gebouw Het Sieraad aan de Postjesweg in Amsterdam waar Theodoor Holman als gespreksleider en interviewer optrad.

Mensen die met een fysiek probleem te kampen hebben, staan zelden open voor 'behandeling' door kwakzalvers. Het is dan immers zonneklaar dat die laatsten niets kunnen aanrichten. Bij psychische klachten ligt dat anders. Dan kunnen zij door het tonen van betrokkenheid en het doen van beloftes langere tijd de schijn ophouden dat zij daadwerkelijk kunnen helpen, zo hield Els Borst de aanwezigen voor. In haar toespraak ging zij ook in op de rol van de reguliere hulpverlening die soms grote steken laat vallen. In de roman 'M'n vrouw kwijt' worden daar volgens haar schrijnende voorbeelden van gegeven.
» Bekijk alle foto's




'Leave all hope behind...and come in!'

Op 17 oktober organiseerde de VMDB een bijeenkomst voor partners, vrienden of ouders van mensen die manisch depressief zijn. Op uitnodiging van de organisatoren hebben Sacha van Geel en Bob de Ruiter een bijdrage geleverd aan het ochtendprogramma.

Sacha was de gespreksleidster van een sessie waarop de deelnemers reageerden op een aantal stellingen. Op die stellingen kunt u ook hier reageren. Doe nu de zelftest en ontdek hoe betrokken u bent. En zie ook hoe anderen op de stellingen gereageerd hebben. Veel succes!


Doe de zelftest
Of bekijk de uitslag van alle deelnemers

Bob de Ruiter was gevraagd om een verhaal te vertellen over zijn 'carrière' als betrokkene. Zijn motto leende hij van Groucho Marx : 'Leave all hope behind...and come in!'

De hele toespraak lezen? (PDF-versie) (Word-versie)