Onderweg naar Parijs


We kenden elkaar een halfjaar toen we naar Parijs reden voor een romantisch weekendje. We waren nog in België toen ze me vroeg of het nog ver was.

'Nou, nee,' zei ik, 'straks zijn we al bij de Franse grens. Ik schat dat we nog een uur of twee, drie onderweg zijn. En dan moeten we natuurlijk nog wel ons hotel zoeken.'

'Ik ben nu al moe.'

Op de verkeersborden verscheen: Arras 23 KM. Dat moet ook een mooie stad zijn, schoot het door me heen.

'We kunnen een tussenstop maken als je wilt. Een overnachting in Arras, lijkt je dat wat?'

'Ach, als we er een hotel kunnen vinden. Als ik maar in een bed mag kruipen.'

Op het moment dat we het centrum van de stad inreden, veerde Marianne op. 'Wat gebeurt hier allemaal?' riep ze uit. We waren aangekomen op een groot plein dat in een gouden eeuw zal zijn aangelegd, met herenhuizen met trapgevels en straatlantaarns van gietijzer. Er waren veel mensen op straat. Kinderen dansten en zongen terwijl hun ouders toekeken. Lampionnen schommelden in de wind en zorgden voor kleurrijke verlichting. Er liepen ook heksen rond met puntmutsen en bezemstelen. Sommigen hadden een oude kop met een dikke neus, compleet met een wrat erop. Anderen toonden liever hun eigen snoezige gezichtje. Het was 21 oktober 2001: Arras vierde Halloween.

Bij de ingang van een restaurant klampte een schone heks ons aan. 'Houden jullie van verrassingen?'

'Ja,' zei Marianne. 'Daar zijn we dol op!'

'Willen jullie ook andere mensen verrassen?'

'Ja, natuurlijk.' In haar beste Vlaams voegde Marianne er aan toe: 'Zeker en vast.'

Ik keek haar verbaasd aan. Is dit de vrouw die een halfuur geleden nog zo naar haar bed verlangde?

De schone heks loodste ons naar een tafeltje in het restaurant, waar het erg vol was. Ze hield ons een mandje voor met opgevouwen papiertjes.

'Als u er eentje uitkiest, moet u doen wat erop staat. Akkoord?'

'Akkoord.' Marianne en pakte er een uit en las voor: 'Chantez une chanson'.

'Wilt u dat doen?' vroeg de schone heks nieuwsgierig.

'Ja, graag.'

Die reactie had de heks niet verwacht. Ze troonde Marianne mee naar een verhoging in het zaaltje en kondigde haar aan. 'Beste mensen, een van onze gasten is bereid een lied voor ons te zingen.' Ze wendde zich tot Marianne. 'Klaar?' Marianne knikte, de heks sprong van het podium. De mensen keken op van hun bord, legden het bestek neer en staarden naar de artiest die ineens hun aandacht opeiste. Wat is die van plan? leken zij zich af te vragen. Ik stierf zowat van de zenuwen.

Marianne keek een paar seconden naar het plafond en zette toen in met Loverman, een van haar all time classics. Een geluidsinstallatie was er niet maar die zou ook volstrekt overbodig zijn geweest. Marianne had haar eigen volumeknop en die draaide ze helemaal open. De laatste lettergrepen van Loverman, where can you be? hield ze secondenang aan. Toen de laatste klanken waren verstomd, was de zaal even muisstil. Daarna klonk bulderende bijval. Een man in een hoek stond op en klapte heel hard. Iedereen mocht weten dat hij diep onder de indruk was.

Marianne boog diep. 'Merci. Merci.'

De man in de hoek riep: 'Encore. Encore.' Anderen haakten aan. 'Encore, encore!

'Encore?' zei Marianne schuchter. Ze keek mij aan.

'Ze willen dat je nog iets zingt.'

Na weer enige seconden naar het plafond te hebben gestaard, haalde ze diep adem. Daarna zong ze Night and day, mijn favoriete nummer.

Het zou nog een paar liedjes duren voor de gasten zich weer op hun eigen tafelgenoten zouden richten. Toen Marianne weer tegenover mij plaatsnam, was ze uitgelaten. Nee, honger had ze niet. Naar haar bed verlangde ze ook niet meer.



In de kliniek...


Dinsdag 20 juni. Vandaag heb ik een afspraak met Marianne en Jasper de Hondt. Het is ons eerste relatiegesprek. Eind april vond Jasper zulke gesprekken niet nodig ('De relatie is immers beëindigd...'). Nu heeft hij daar op aandringen van Marianne toch mee ingestemd.

Hij wil eerst van haar weten of ze nog bij haar advocate is geweest in verband met de scheiding. Ze had toch een afspraak gemaakt?

'Ja, die had ik, maar ik ben niet geweest. Joost vond dat ik het moest uitstellen'.

Jasper werpt me een vragende blik toe. Ik zeg dat het een ingewikkelde kwestie is en dat ik nog niet alles kan overzien. Dat ik haar daarom heb gevraagd de zaak over de zomer te tillen. Jasper neemt er genoegen mee.

Vervolgens vraagt hij Marianne hoe lang ze in De Omslag denkt te blijven.

'Tot 10 oktober. Dat is zo afgesproken.'

'Nou ja,' zegt Jasper, 'dat valt nog te bezien. Die datum is niet heilig. Het hangt ook van je instelling af. Kijk, als je nou steeds zo moe en depressief blijft en je telkens terugtrekt in je kamer, dan heeft het niet veel zin er zo lang te blijven. Maar als jij nu zou zeggen: hoe ik me ook voel, ik blijf niet in bed liggen, ik pak mezelf beet en ga er tegenaan, want ik besef dat ik van elke dag wat kán maken en dus gá maken, ja, dan heeft het zin om in De Omslag te blijven en de therapie af te maken.'

Marianne zit er verbouwereerd bij. 'Ik dacht dat het zeker was dat ik hier tot 10 oktober zou zijn.'

'Nee, dat is helemaal niet zeker,' zegt Jasper. 'Dat hangt van je instelling af. Als je echt zo depressief blijft, dan ben je hier niet aan het juiste adres. Dit is een kliniek voor verslavingszorg. Voor mensen met een manisch-depressieve stoornis hebben we geen geschikt aanbod.'

Mijn mond valt open. Had hij dat niet wat eerder kunnen bedenken? Om er zeker van te zijn dat Marianne het ook hoort, wil ik graag dat hij het nog een keer zegt. 'U bedoelt dat mensen die manisch-depressief zijn, hier niet geholpen kunnen worden?'

Jasper laat er geen twijfel over bestaan. 'Dit is een kliniek voor verslavingszorg. Voor mensen die manisch-depressief zijn, hebben wij geen passend aanbod.'

Wat mij betreft heeft deze bijeenkomst nu al voldoende opgeleverd. Er is tenminste één medewerker binnen de muren van de kliniek die begint te beseffen dat Marianne hier niet op haar plaats is. Of willen ze misschien van haar af?

'Maar Maarten, mijn behandelaar, zal het niet met hem eens zijn,' zegt Marianne als we het er later die dag nog even over hebben. En inderdaad, als ze hem een paar dagen later vertelt dat er enige twijfel is gerezen over nut en noodzaak van haar verblijf in De Omslag, reageert hij geprikkeld: 'Laat je niets wijsmaken. Dit is de plek voor jou!'

Woensdag 27 juni. De maand juni wordt een van de heetste van de afgelopen honderd jaar en ook vandaag is het erg warm. Ook erg broeierig. Marianne heeft het zelfs dubbel benauwd gekregen. Als zij mij belt rond het middaguur, heeft ze net een botsing met de groep achter de rug. Die wil vandaag naar een plekje aan het water, een meertje in de omgeving. Het is daar weliswaar erg druk, maar óók heel gezellig. Ze moet mee! Maar dat wil ze absoluut niet en nu is de groep boos. Als de bus wegrijdt, blijft Marianne in de kliniek achter.

'Je hebt er goed aan gedaan om niet mee te gaan,' probeer ik haar gerust te stellen. 'Zoals ik jou ken, is zo'n uitstapje niets voor jou. Zelfs als jij je prima voelt, ga je nog niet naar een zwembad of andere heksenketel. Dan zou je nu zeker naar een overvol strandje gaan terwijl je depressief bent?'

'Ja, maar de groep is nu erg boos.'

'Daar kan jij niets aan doen, hoor.'

'Wil jij dan Jasper de Hondt bellen? Dan kun je het misschien een beetje uitleggen.' Dat wil ik best doen. En dat mag ik ook doen, want sinds een paar dagen ben ik weer contactpersoon. Toen Marianne me vroeg of ik dat weer wilde worden, ervoer ik dat als een handreiking.

Nu bel ik weer bijna dagelijks. Met Jasper heb ik al verschillende keren gesproken over Mariannes chronische vermoeidheid. Ze is bekaf, ze kán gewoon niet meer. 's Ochtends met de groep ontbijten, daarna met de groep koffie drinken, dan groepsgesprek, dan samen lunchen. Zo gaat het de hele dag door. De hele dag is ze omringd door andere cliënten en dan is het ook nog de bedoeling dat ze zich volop met elkaar bemoeien.

Houdt iemand zich niet aan een regel, spreek hem of haar er dan op aan! Dat is de hoofdregel. Een van de groepsleden heeft er zelfs een gewoonte van gemaakt om de anderen aan te spreken als die hem er níét op aanspreken als hij een regel overtreedt. Hij heeft Marianne er al meer dan eens over onderhouden: 'Je weet toch dat ik geen fruit mee naar mijn kamer mag nemen? Nou, zonet nam ik een appel mee naar boven en jij hebt dat gezien. Ik zag dat jij dat zag. Ontken het maar niet. Nou, waarom heb je er toen niks van gezegd?'

Bij elke overtreding hoort een specifieke straf. Kom je bijvoorbeeld vijf minuten te laat voor het koffiedrinken om elf uur, dan moet je op het strafbankje plaatsnemen. Dat bankje staat buiten de kring. Wie erop zit, mag niets tegen de anderen zeggen en die anderen mogen ook niets tegen hem of haar zeggen. Dat vindt Marianne overigens helemaal niet erg. Eén keer is ze daarom expres vijf minuten te laat gekomen.

Muziekfragmenten

 

La Copine - Loverman

 

Just in Time - Night and day

Fragmenten

- Onderweg naar Parijs
- In de kliniek...


Verhaal insturen?

Heeft u zelf een verhaal dat u wilt delen met de bezoekers van deze site, dan nodig ik u van harte uit uw verhaal te sturen naar . Uw verhaal zal dan in overleg met u (en na eventuele eindredactie) op deze site gepubliceerd kunnen worden.